MEDITATIES DS. WOUDENBERG

PAASMEDITATIE


"Hun ogen waren bevangen, zodat zij Hem niet herkenden." (Lucas 24:16)
"Zij wist niet dat het Jezus was." (Johannes 20:14)

Blijkbaar is het mogelijk al jaren met de Here Jezus op te trekken, met zijn Woord vertrouwd te zijn en Hem toch niet te (her)kennen!? Hem toch niet te zien! En als je Jezus niet ziet, dan is het geen wonder dat je -in deze wereld waarin wij leven- het niet meer ziet zitten. Pasen wordt dan een onmogelijkheid. Overwinning op angsten en zonde, dood en machten? Wat zie je ervan? Verhoring van gebeden, nabijheid, het geloof in de levende Heer... het staat dan allemaal zover bij je vandaan. Zo haaks op uw persoonlijke ervaring. Misschien worstelt u hiermee? U heeft nog nooit zo'n moeite gehad met deze tijd van het jaar als nu?

Hoe komt het toch dat de één het (Hem) wel ziet en de ander niet? "Het moet je gegeven zijn" zegt u. Dat is wel zo. Maar er is ook nog iets anders. Er kunnen ook oorzaken zijn waardoor we Hem niet zien (zitten) en niet herkennen. Wellicht weet u zelf heel goed waar de (geloofs)schoen wringt? U kunt zelf ook redenen bedenken. Mag ik er één aanreiken?

Maria Magdalena (Johannes 20) is zo enkel gericht op de leegte, het gemis, het graf, dat er gewoonweg geen ruimte is voor volheid, nabijheid, leven! Ze staat dichtbij het graf en ze buigt zich voorover (lezen we) naar die leegte. Ze weent en weent zonder dat de zee van tranen ooit leger wordt. Wanneer de Paasvorst achter haar staat, verwoordt zij zelfs de suggestie dat Hij het misschien is die als hovenier haar Jezus roofde! En de Emmaüsgangers (Lucas 24)? Wat zijn ze beiden teleurgesteld. "We dachten dat Hij het was die verlossen zou". "We leefden in de hoop". Ze spreken in verleden tijd. Nu is hun Heer echter al drie dagen dood en begraven. Somber is hun gelaat, vertelt de evangelist. Zij weten van mensen die een verschijning van engelen hebben gezien (dat zeggen ze tenminste), maar wat heb jij daaraan als jij Hem niet ziet?! Zo laten zij de stad van vrede (dat betekent 'Jeruzalem') achter en ze gaan op weg naar Emmaüs (dat 'duisternis' betekent). Hun ogen waren bevangen.

Deze twee mannen en die vrouw zijn geconcentreerd op hun persoonlijk leed. Daarom kunnen zij maar moeilijk Pasen vieren. U ook? Ik ook? Deze vrouw wordt persoonlijk benaderd. Iemand roept haar naam. "Maria!" Ze draait zich om(!) en herkent Hem. Dit is ook voor u en mij de weg. Een andere gerichtheid. Hoe begrijpelijk het ook is dat we zo met ons persoonlijk leed en met de wereldvragen bezig zijn, maar Hij noemt u bij uw naam. "Richt dan de treurende ogen tot Jezus heen" zegt een lied. Keer u om, vandaag, dan zult u Hem zien. Dan wordt het Pasen voor je!

Achteraf waren de harten van de beide wandelaars al brandend in hen bij de woorden die Hij sprak. En helemaal aan tafel toen Hij het brood brak en de zegen uitsprak: toen werden hun ogen geopend. Stelt u zich eens voor dat ze Hem niet binnengelaten hadden; dan was het nooit Pasen voor hen geworden. Roep Hem aan. Nodig Hem binnen. Luister naar Hem. Zie op Hem. Kom aan tafel! Ga vertellen wat (Wie) u gezien en ervaren hebt. Blijf niet zitten waar u zit, klagend "je ziet nooit iemand". Ga zelf op pad. Niet om ogen op mensen te vestigen. Maar op Hem om Wie het gaat, de Opgestane. Opdat mensen, ook in u en mij, Hem zullen zien. Bij Woord en doop ("Ik heb u bij uw naam geroepen") en avondmaal.

Mogen we nog een keer tegen elkaar zeggen: "Richt dan de treurende ogen (gemis, pijn, vragen) tot Jezus heen!" U zult Hem ontmoeten, Pasen beleven en straks zien van aangezicht tot Aangezicht. Gezegende Paasdagen!

Ds. Joh.A. Woudenberg


"Het bed te kort, de deken te smal"


(Jesaja 28:20)

Wat kan een bed heerlijk zijn! Vooral zo tegen de morgen. Je draait je nog eens om, gehuld in lakens en dekens, of dekbed. Oppassen, je zou zo weer in slaap vallen. Soms zou u in bed blijven, omdat u tegen de dag opziet.

Iemand zei me: "Ik zou wel een standbeeld willen oprichten voor de uitvinder van het bed!" Een ander: "Mijn bed is eigenlijk de enige plek waar ik me veilig voel... de deken over me heen".

Wij hebben behoefte aan een plaatsje waar we ons kunnen terugtrekken. Waar we tot onszelf kunnen komen. Waar we warmte vinden in een koud jaargetij. Een goed bed is belangrijk! Het mag niet doorzakken, maar ook niet te hard zijn. De lengte moet op mijn formaat zijn afgestemd. De deken moet niet te smal zijn, anders raakt die los.

'Bed en deken' zoeken we in het leven. Ook figuurlijk: rust en veiligheid, warmte. Waar zoek je het: een goed bed en een goede deken?

De slaapvoorlichters zullen het ons wel vertellen. Uit al het foldermateriaal dat we de laatste maanden in de bus kregen, heb ik deze drie slagzinnen gehaald. Probeer deze eens in geestelijk licht te lezen. Hier komen ze: "Hoed u voor namaak!" "Waarom zou minder, goed genoeg voor u zijn?" "Je lieve leven lang een steuntje in de rug!"

Het Israël van Jesaja 28 heeft, bedreigd door vijandige machten, ook behoefte aan een veilige plek. Helaas wordt niet gelet op de kwaliteit van 'bed en deken'. Israël sluit een monsterverbond met de grootmachten Egypte en Assyrië. Terwijl de HERE God hen hun lieve leven lang een steun in de rug had toegezegd. Daarom leest u in vers 15 dat men leugen en bedrog tot schuilplaats en verberging gesteld heeft. Nou, als het al zo erg met je is, dat je daarin je toevlucht moet zoeken! Hoe kan licht zich verbinden met duisternis? Gods volk had een goed bed: de ondergrond van Gods beloften. Daarin tot rust komend, zouden ze uitgerust en toegerust aan de slag kunnen. De profeet moet hen echter zeggen: het bed (Egypte en Assyrië) is te kort om zich daarop uit te strekken; de deken (vertrouwen op mensen) te smal om zich daarin te wikkelen. Dat wordt geen deken, maar een 'Zweedse band'!

God onderzoekt ons gaan en liggen (Psalm 139). Hij weet waarop en op wie wij steunen. Pas toch op dat u niet in de kou komt te staan! Monsterverbonden zijn als een Procrustusbed. Procrustus, die woonde op de landengte van Corinthe, rekte zijn gasten uit of kortte hen in, om hen aan zijn bed aan te passen. Als mensen die geestelijk eerder elkaars tegengestelden zijn, een verbond sluiten, worden ze verknipte persoonlijkheden. Gods rust, warmte, eerlijke veiligheid en steun terzijde geschoven, brengt voort: onrust, kilte, onzuiverheid en het uiteindelijk elkaar in de steek laten.

Wie leidt ons hieruit? Hij van Wie we tegen het einde van deze maand gaan zingen "Zijn wieg was een kribbe!" Adventsgezang 133 (vers 13) doet ons Hem vragen: "Spreid U een bed in mijn gemoed!"

Hij kwam op aarde en had er geen huis. Geen plek om in rust Zijn hoofd neer te leggen. Toch heeft Hij 'ons bedje gespreid'. In doeken gewikkeld, geeft Hij ons een mantel van liefde om elkaar om te doen. Een dekbed van warmte voor uw vermoeide ziel. In het komen tot Hem, ook in de diensten van het Woord, ontvangen we vertrouwen en veiligheid.

Velen leven in de veronderstelling dat, als je gelovig wordt, het bed zo kort en de deken zo eng-smal wordt! Het leven wordt juist breder, ruimer, rijker. Wie (lees Lukas 2 maar) voor Hem knielt, gaat God juist de lof brengen, omdat het leven perspectief gekregen heeft.

Ik moet denken aan Michelangelo. Hij was bezig op een doek een schildering te maken van de engel Raphaël. Ineens schreef hij: amplius, amplius. Te eng, te eng. Op zo een klein doek was de heerlijkheid van het grootse hemelleven, het leven met God, niet vast te leggen.

"Here, bij mij is het te kort, te smal. Om me heen soms zo verstikkend eng. Omhul ons met Uw royale warme liefde. Geef ons vrede en rust!"

Laat het werk dat Jezus in de kribbe is begonnen, als een bed - een rustplek - voor u zijn.

En de Vaderliefde, de troost van de Heilige Geest, een deken, een warme mantel om u heen geslagen! Dat geeft zoveel ruimte, dat er genoeg plaats overblijft om ieder die u gaat ontmoeten daarin op te nemen!

Een gezegende adventstijd toegebeden!

Ds. Joh.A. Woudenberg


Leven na dit leven: hoe zal dat zijn?


Regelmatig komen er in het (rouw)pastoraat vragen aan de orde over waar onze in Christus gestorven geliefden nu zijn en hoe het straks is als wij ook Daar komen. En hoe het zijn zal op de grote nieuwe Dag.

Ten behoeve van de leden van een bijbelkring had ik wat bijbelse (tekst)gegevens op een rij gezet, ter verdere bestudering. Het is me gezegd en gebleken dat deze (nog aangevulde) gegevens voor meerderen nuttig zijn. Ook voor u en jou. Ter bezinning.

Daarom volgen ze hieronder, als 'studie-materiaal'.

Vraagstelling: Leven na dit leven: hoe zal dat zijn? En zullen we elkaar herkennen?

Prediker 12: 1-7 Hier wordt gemeld dat ons stoffelijk lichaam (als omhulsel van de ziel) terugkeert naar de stoffelijke aarde en dat de geest terugkeert tot God.

Dat dit gebeurt al op de dag van het overlijden, blijkt onder meer uit Jezus' kruiswoord: "Heden zul je met Mij in het paradijs zijn", Lukas 23:43.

Volgens Hebr. 9:27 vindt 'het oordeel' over ons plaats op de dag van het sterven; en niet na een lange tussenpauze.

Dit is ook af te leiden uit Handelingen 7:55-59. Stefanus ziet Jezus in de hemel en vraagt Hem om zijn geest (die van Stefanus dus) te verwelkomen (ontvangen).

Dit wordt bevestigd door 2 Kor. 5:8-10 "Het lichaam te verlaten en bij de Here onze intrek te nemen".

Ook in de gelijkenis van de rijke man en de arme Lazarus (Lukas 16:19-31) arriveert men na de dood direct op de plaats van bestemming; en er is ook herkenning.

Bij de strikvraag aan Jezus van wie de vrouw zal zijn die zoveel mannen heeft gehad, zegt Jezus niet dat er Daar geen herkenning is, maar huwelijksbanden zijn er niet (Matt. 22:25 vv.).

Als we elkaar niet herkennen, dan had Jezus dat wel als antwoord gegeven.

Hoe zullen we Straks zijn? Aan Hem gelijk: zoals Jezus was met Pasen: "Hetzelfde, maar dan anders." Hij was niet meer 'materieel', want Hij kwam binnen via een gesloten deur. Hij had 'een geestelijk lichaam', en was als zodanig herkenbaar voor geopende ogen!! Dit zal ook ons dus gelden!

Als voor de sterfelijke ogen van de discipelen op de Berg van de verheerlijking Mozes en Elia herkenbaar zijn, hoe is het dan Straks Daar waar onze ogen onsterfelijk zijn! (Luk. 9:30 vv)

In Openbaring 20:12 wordt gesproken over 'de groten en de kleinen', staande voor de troon.

Belangrijke Schriftgegevens over de opstanding en hoe we dan zullen zijn, vinden wij in 1 Kor. 15:35-44 en 50-54. Paulus begint dit hoofdstuk met de opstanding van Jezus Christus. Zoals Hij na Zijn dood en opstanding was, zo zal het Eens ook met ons zijn: 'een geestelijk lichaam'; onvergankelijk.

Johannes 5:24-29 beschrijft hoe dat zal gaan, bij het opstaan: "De doden zullen naar de stem van de Zoon van God horen en leven".

1 Thessalonicenzen 4:13-18 meldt Jezus' terugkomst. Die ontsliepen komen met Hem terug (v.14, v.16). De graven gaan open en de zielen ontvangen het lichaam dat bij hen hoorde (maar nu nieuw). Heel duidelijk staat er vermeld dat we 'samen met hen' zullen zijn (herenigd!) en met Hem (verenigd). Is dat "samen met hen" niet moedgevend?!

In 1 Kor.13:12 wordt er gezegd dat we Straks zullen zien van aangezicht tot aangezicht!

De Here God heeft toch het lichaam niet voor niets geschapen? Als Hij straks alle dingen nieuw zal maken, dan zal dit toch ook voor ons lichaam gelden.

Daarnaast hebben meerdere gelovigen bij hun sterven de levenden aan de Overzijde gezien!

En... die er niet zijn, laat Hij niet in ons geheugen opkomen. Gemis is daar nooit meer!

(Aan te bevelen boekje over bijna-dood-ervaringen: Ds. W.C.van Dam 'Doden sterven niet'.)

Een vraag die ook wel naar voren komt, is waarom naast het spreken over een nieuwe aarde, ook gesproken wordt over een nieuwe hemel. Wat is er dan 'mis' met de hemel?

Voordat de mens geschapen werd (en in zonde viel), had God de engelen geschapen om Hem te dienen en te loven. Net zoals er later een zondeval plaats zou vinden bij de eerste mensen, in het paradijs, is dit ook gebeurd bij de engelen in de hemel. De aansteker daarvan is toen uit de hemel gestoten, waarbij hij een groot deel der engelen met zich meenam.

Daarom wordt er ook een nieuwe hemel beloofd (2 Petrus 3:13).

Dit alles is geschreven om met deze woorden elkaar te bemoedigen! Laten we dit (meer) doen!

Ds. Johan A.Woudenberg


Een vraag


"Wat zijn dit voor gesprekken?" Lukas 24 vers 17 (NBG)

("Waar loopt u toch over te praten?" NBV)

Al een hele tijd hamert er een vraag in mijn hoofd. Een vraag van Jezus de Opgestane. Een vraag die mij huiswerk heeft opgeleverd. Een vraag die ook u (jou) wordt voorgelegd.

Eens kregen twee mensen die vraag gesteld. Zij hadden Jeruzalem ('stad van vrede') achter zich gelaten. Ze bevonden zich op weg naar Emmaüs ('duisternis'). De Here Jezus verscheen hen, terwijl ze druk debatteerden over dood en leven, hoop en wanhoop. Lukas vertelt dat hun gezicht somber stond. Letterlijk: knorrig. De twee leefden in de hoop, maar ja... hun hoop is de grond in geboord. Aan hen vraagt Hij Die alles weet: "Wat zijn dit voor gesprekken die jullie tijdens de wandeling met elkaar voeren?" Hij noemt hen 'onverstandig' en 'traag' (van begrip).

De Emmaüsgangers: één van hen draagt de naam Kleopas. De ander is naamloos. Laten wij voor hem onze naam invullen.

Het wordt (voor ons) Pasen. Feest van opgang en overwinning. Feest van licht en leven. Er valt veel goeds te zeggen over Jezus de Levende. Er zijn positieve gesprekken te voeren over de Heer van de gemeente. Maar, doet de gemeente van de Heer dit ook? Wat is uw (en mijn) gespreksonderwerp? Thuis, op het werk, onder vrienden. Ook aan ons wordt deze vraag gesteld: "Wat zijn dit voor gesprekken? Waarover hebben wij het zoal?"

Nu is IJsselmuiden niet te vergelijken met Apeldoorn (de vorige gemeente die ik acht jaren mocht dienen), maar we hebben hiernaar in dat grootste dorp van de Veluwe een onderzoek gedaan. Over waar we het zo (zondags, na de dienst) over hebben. Daarmee beperkten we ons tot alleen de kerkelijk meelevende gezinnen. Een kleine, bescheiden greep uit de opgevangen geluiden wil ik u niet onthouden: "Er werd weer teveel gezongen"; "De gebeden duurden zo lang"; "De kinderen holden te hard de kerk in"; "Al die moderne fratsen"; "De dienst liep twintig minuten uit"; "Wat hebben we bij de koffie?"; "Wat komt er vanavond op de tv?".

Zijn er misschien toch overeenkomsten tussen de gesprekken toen en daar en de gesprekken hier en nu? Onze kinderen horen het aan. Het sluit 'mooi' aan bij hun kijk op de kerk. Ze geven u groot gelijk. 't Is allemaal niks. U zult hen daarom ook wel begrijpen als ze straks niet meer naar de kerk gaan. Negatief geladen gesprekken zie ik persoonlijk als dé aanleiding tot leegloop in de kerken.

"Waar loopt u over te praten?" Onder de lantaarnpaal, bij de Boni, in het zwembad, op huisbezoek. Over de Opgestane? Of over onze opstandigheid. Daar wordt niemand opgewekt van. Daar worden we somber gestemd van (zie Lukas 24:17b). "We leefden in de hoop, bij de vorming van onze gemeente, toen we naar De Hoeksteen overgingen". Maar er wordt maar steeds een appèl gedaan om meer te geven voor het jeugdwerk en het pastoraat. "Het moet een keer genoeg zijn!" "Elke keer moet je weer namen indienen voor ambtsdragers!" "Krijgen zij (of wij) wel genoeg aandacht, gehoor, invloed?"

Door somber geladen gesprekken in de wandelgangen, aan tafel en op straat, slaat de moedeloosheid (of onverschilligheid) toe. Zou Jezus dit ook 'onverstandig' noemen? Als het (weer) anders wordt, als Hij het gespreksonderwerp is, Goede Vrijdag en Pasen, dan zullen onze harten brandend zijn! En dit zal zeker gebeuren als wij onderweg meer gaan spreken over wat ons beweegt. Over Wie ons beweegt. Als Hij het brandpunt wordt van onze conversatie, dan gaan er nog wonderen gebeuren. Op alle terreinen van het leven.

Is het niet, net als in Lukas 24, tegen de avond? Wil Hem uitnodigen om uw huis binnen te komen. Met zijn genade en moed, mildheid en warmte. Met betrokkenheid en volharding. Met opstandingsgeloof. Dan ontstaan er onder ons 'geloofsgesprekken'. Dan ga je met Kleopas rechtsomkeerd. Het duister ligt achter je. De versombering. Je bent op weg naar vrede. We gaan positief spreken. Niet over de ander. Met de ander. Over de Ander.

Dat wordt dan een 'vol Evangelie'. En volle harten beloven een vol Huis. Dan komen wij niets tekort.

Een gezegende tijd toegebeden.

Ds. Joh.A. Woudenberg


"Wat gij ook doet, doe het alles ter ere van God."


(1 Corinthiërs 10:31)

Vanuit de gemeente kreeg ik een dag-opening van Corrie ten Boom (uit 'Leven in vreugde') toegestuurd, die mij bemoedigde. Wat ontmoedigt moet niet doorverteld worden, wat bemoedigt: juist wel. Vandaar.

Nu wij de adventstijd ingaan is het lezen en overwegen van het hieronder staande helemaal actueel. Het kan richtingbepalend zijn voor onze houding en ons handelen, waar wij toeleven naar het komende Kerstfeest (Christusfeest).

"Er was eens een oude monnik, die iedere kerstavond een kerstlied zong. Zijn stem was niet mooi, maar hij had de Heer lief en zong met zijn hele hart. Op een dag zei de abt van het klooster: 'Het spijt me, broeder, maar wij hebben nu een monnik met een prachtige stem... hij zal dit jaar op kerstavond zingen.' En die man zong zo prachtig dat iedereen vol lof was.

Maar die nacht kwam er een engel bij de abt en zei: 'Waarom werd er vanavond niet gezongen?' De abt antwoordde: 'Er is prachtig gezongen!' Maar de engel zei verdrietig: 'Wij hebben het in de hemel niet gehoord.'

Weet u, de oude monnik kende de Here persoonlijk, maar de jonge man zong voor zijn eigen eer, niet tot eer van de Here God."


Gebed: "Here, mijn eigen ik komt zo makkelijk naar voren, terwijl ik alleen maar ter ere van U wil leven. Laat mij altijd de stem van uw Heilige Geest horen."

Laten wij alles wat wij denken en doen, voelen en uitspreken steeds toetsen aan het tekstwoord van de eerste Corinthebrief. Dan wil de Here God ons stamelend spreken, horen, als was het de engelenzang boven de velden van Efratha. En ons eenvoudig handelen aanvaarden, als een dankoffer voor de zending van Zijn Zoon.

ds. Joh. A. Woudenberg.


"Uw woord is een lamp..."


Psalm 119: 105

Heeft u uw vakantie-journaal al klaar? Als je de foto's nog eens bekijkt en de verhalen er om heen leest en hoort, dan beleef je de reis opnieuw. Pas hebben Anneke en ik nog eens vakantie-boeken van enkele jaren geleden doorgenomen. Met veel plezier.

Wat ik echter hier met u wil delen is niet wat in een bepaald vakantie-journaal staat, maar wat ik tot mijn schrik in een dagboek las. Namelijk in het dagboek van de Bijbel. Een soort jaaroverzicht, waarin ook naar de vakantietijd wordt verwezen. Mag ik u en jou vragen met mij mee te lezen?

15 januari Een rustige week gehad. Op de eerste avonden van het nieuwe jaar heeft mijn bezitter geregeld in mij gelezen. Nu heeft hij mij vergeten.

2 februari Vandaag werd er opgeruimd. Ik ben met andere voorwerpen afgestoft en daarna zette men mij weer op mijn plaats.

28 februari Na het ontbijt ben ik een tijdje gebruikt. Enkele plaatsen werden nagezien en ik ging mee naar de kerk.

7 maart Opgeruimd, afgestopt en weer op mijn oude plaats. Ik had namelijk sinds de kerkgang op het gangtafeltje gelegen.

2 april Vandaag heb ik het zwaar gehad. Bezitter ging naar een vergadering waar de Bijbel ter sprake kwam. Hij heeft enkele verzen opgezocht. Het duurde lang voordat die gevonden waren, hoewel ze op de gebruikelijke plaats staan.

6 mei Elke middag ben ik op de schoot van oma geweest. Ik voelde me daar goed. Ze leest even en dan praat ze hardop.

11 mei Oma is vertrokken. Ik sta weer op mijn oude plaats.

3 juni Vandaag legde iemand een rouwliturgie tussen mijn bladzijden.

5 juli Werd met kleren en zonnebrand-olie in een koffer gestopt. Mee op vakantie.

14 juli Nog altijd in de koffer; helemaal alleen.

24 juli Weer thuis op mijn vertrouwde plaats. Het was een hele reis. Ik begrijp niet goed waarom ik meegenomen ben.

8 augustus Benauwd en heet. Twee tijdschriften en een hoed liggen op mij.

27 augustus Door iemand van het gezin gebruikt. Ze moest een brief schrijven aan een kennis wiens broer plotseling is overleden. Blijkbaar was een geschikte tekst nodig?

7 september Ben weer afgestoft...

Hier stopt het dagboek-overzicht. We zijn in deze week beland.

Onze vakantieboeken gaan van hand tot hand. En de (trouw)Bijbel? Hoe gaat het verder? Het dagboek van úw Bijbel? Een lamp is immers aangeschaft om te gebruiken. Gods Woord is het lampelicht voor onze voeten, op de weg door dit leven naar het Leven. Tast niet rond in het donker omdat deze lamp ergens is weggestopt.

Wissel uw bezoekjes bij de bibliotheek eens af met een leespauze in de eigen bibliotheek. De Bijbels is toch een 'bieb' van 66 boeken in één band?!

Mag ik eens van (jo)u vernemen hoe het dagboek verder gaat?

Samen in het licht wandelen, door kerkgang, catechese en kring, is minstens zo waardevol.

ds.Joh.A.Woudenberg