Geen middagdienst aanstaande zondag

In de nieuwsbrief die gisteren 26 januari is verspreid staat ten onrechte dat er een middagdienst zou zijn aanstaande zondag 30 januari.

Excuus voor de verwarring.

Informatie over kerkdiensten

Met onmiddellijke ingang zijn de diensten alleen online te volgen. Dat heeft te maken met de nieuwe maatregelen die per 19 december 05:00 zijn ingegaan. De precieze uitwerking voor kerken horen we pas in de loop van de volgende week, maar het bijzonder onwaarschijnlijk dat er mogelijkheden zijn. Sterkte en zegen voor iedereen!

 

 

Kerstdienst zondag 26 december jl. 19.00 uur; online dienst

 

Dit zou eerst een zangdienst zijn, maar vanwege de coronamaatregelen is dat niet mogelijk. Daarom alleen online. Maar… wel heel een heel bijzondere, online dienst, want we gaan kijken naar de Kerstboodschap in het verhaal van het wonder van Elisa met de soep van de giftige komkommers, in 2 Koningen 4:38-41. ‘De dood was in de pot’, maar door het meel wat Elisa erin gooit is het weer gezond. Wat zegt dit verhaal ons over Kerst? Spannend.

Kerstnachtdienst 24 december jl. “Hoop heeft een naam” het was een online dienst

Kerstnachtdienst live vanuit De Hoeksteen

De kerstnachtdienstcommissie van de gezamenlijke kerken heeft deze week besloten om de kerstnachtdienst online uit te zenden en dus geen publiek toe te laten. Dit heeft natuurlijk alles te maken met de coronamaatregelen. Dus ook dit jaar kunt u deze dienst live mee beleven vanuit uw huiskamer.

Stemt u dus vooral af op de live uitzending vanuit De Hoeksteen op www. kerkdienstgemist.nl en mis het niet. De aanvang van de dienst is 22.00 uur en het thema is ´Hoop heeft een naam´.

Er wordt medewerking verleend door de band Go(u)d, dominee van der Zee, dominee van Maanen en burgemeester Sander de Rouwe. De organisatie is in handen van De Hoeksteen, De Rank, De Goede Herderkerk en de R.K. kerk.

 

Kindernevendienst, 4e advent; Gods dienaar die door niemand werd gezien

Gods dienaar valt niet op.

Lang, lang voordat Jezus geboren werd, woonden heel veel Israëlieten in een ander land. Ze waren daar niet naartoe verhuisd omdat ze dat zelf graag wilden. Nee, ze moesten er naartoe verhuizen. Want er waren soldaten uit een ander land naar Israël gekomen. Die soldaten maakten Jeruzalem en de prachtige tempel van God kapot. En ze namen de Israëlieten gevangen, en brachten hen naar Babylonië. Voortaan moesten de Israëlieten daar wonen en werken.

Daar zitten de Israëlieten dan, in dat verre land. Ze zijn heel verdrietig. Ze missen Jeruzalem. Ze missen de tempel. Ze missen God. Komt er ooit een dag waarop ze weer gelukkig zullen zijn? Waarop ze weer terug kunnen naar hun eigen land? Of is God hen vergeten?

Op een dag staat er een profeet op de markt.
‘Luister, mensen van Israël!’ roept hij. ‘Ik heb goed nieuws voor jullie. Jullie stad Jeruzalem is kapot, maar God gaat jullie helpen. Hij zal jullie terugbrengen naar jullie eigen land, naar jullie eigen stad. God gaat iemand naar jullie toe sturen die jullie gaat redden: een speciale dienaar van wie Hij heel veel houdt. Gods dienaar zal ervoor zorgen dat alles weer goed komt. Hij zal jullie land weer heel maken. En hij zal het goed maken tussen God en jullie.

‘Wat fijn!’ zegt een man die vooraan staat. ‘Wie is het, die dienaar van God? Hoe ziet hij eruit?’

‘Hij is vast heel groot en sterk!’ zegt een meisje.

‘Met mooie kleren!’ zegt een jongen. ‘Kleren van een koning.’

De profeet schudt zijn hoofd. ‘Nee,’ zegt hij. ‘Gods dienaar valt niet op. Hij kan naast je staan zonder dat je het door hebt. Hij ziet er helemaal niet bijzonder uit. De mensen lopen hem zomaar voorbij. Ze denken: dat is iemand waar je niks van kunt verwachten. Die man is niet sterk, dat zie je zo. Gods dienaar lijkt niet op een grote, sterke boom, maar meer op een klein plantje, dat zomaar weggeblazen kan worden door de wind.

Hij zal vaak ziek zijn. Hij zal veel pijn hebben. En de mensen zullen helemaal niet aardig voor hem zijn. Ze zullen een hekel aan hem hebben. Ze zullen hem straf geven. Ze zullen hem slaan. Ze zullen hem zelfs doden.’

‘Wat?’ zegt de man die vooraan staat. ‘Maar zo iemand kan ons toch niet helpen?’

‘Dat is nou juist het geheim,’ zegt de profeet. ‘Dit is precies de manier waarop hij ons wel kan helpen. Want Gods dienaar wordt niet zomaar ziek. Hij wordt ziek in onze plaats. Zodat wij niet ziek hoeven te worden.

Gods dienaar krijgt niet zomaar straf. Hij krijgt straf in onze plaats. Hij wordt gestraft om wat wij verkeerd hebben gedaan. Gods dienaar sterft niet zomaar. Hij sterft in onze plaats. Hij zorgt ervoor het weer goed is tussen God en ons.

Jullie weten het allemaal, wij doen veel verkeerde dingen. Vaak luisteren we helemaal niet naar God. We vergeten helemaal wat God graag wil. We lijken wel schapen die niet bij de herder blijven, maar die in hun eentje weglopen. Als een schaap wegloopt, dan kan de herder hem niet beschermen. Dan kan er zomaar een leeuw komen die het schaap dood bijt.

Maar Gods dienaar gaat ons helpen. Ook al ziet hij er niet sterk uit, ook al heeft hij geen grote mond en valt hij niet op, hij zal ervoor zorgen dat het goed komt tussen God en ons. Hij gaat ons redden. Gods dienaar komt eraan, mensen. En dat is het beste nieuws dat we maar kunnen krijgen!’

Jaren later wordt Jezus geboren. Hij ziet er niet heel sterk uit. Hij heeft geen grote mond. Eigenlijk valt Hij bijna niet op. Maar de mensen die in Hem gaan geloven, zeggen tegen elkaar: ‘Hé! Die dienaar van God, waar de profeet heel lang geleden over sprak – zou dat Jezus zijn? Hij is als kleine baby naar ons toe gekomen, en Hij had niet eens een bedje om in te slapen. Hij helpt alle mensen die Hij tegenkomt. Hij zorgt ervoor dat het weer goed komt tussen God en ons. Hij is onze redder!’

 

 

 

 

Opbrengst voedselbank actie 9, 10 en 11 december jl.

Alle gulle gevers bedankt!

We kijken terug op een zeer geslaagde actie voor de plaatselijke voedselbank. Alle gevers en geefsters hartelijk bedankt. Met elkaar hebben we ruim 85 kratten gevuld met producten die hard nodig zijn. Ook Erf1 boerderijzuivel kaas en vlees bedankt voor de vers gemaakte rijstepap

Kerstgroet van de webmasters

Kindernevendienst 3e advent jl. Wie is het belangrijkste?

Jezus en zijn vrienden maken een wandeling. Een lange wandeling. Dat doen ze vaak. Tijdens het wandelen vertelt Jezus dan van alles aan zijn vrienden. Hij lijkt wel een meester die les geeft aan een klas met kinderen.

Maar wat Jezus nu vertelt…

‘Over een poosje zal ik gevangengenomen worden,’ zegt Hij. ‘De mensen zullen me doden. Maar drie dagen later sta Ik weer op uit de dood.’

Jezus’ vrienden kijken elkaar aan. Horen ze het goed? Denkt Jezus echt dat de mensen Hem gevangen gaan nemen? Dat het verkeerd gaat aflopen? Dat kan niet, hoor.

Daar willen ze niet over praten. Ze willen er niet eens over nadenken, over zulke erge dingen. Ze denken liever aan iets anders.

Bijvoorbeeld aan eh… wie van hen het belangrijkste is! Want dat is goed om te weten, voor als Jezus koning wordt. Dat je dan weet wie het belangrijkste is, en wie Jezus mag helpen met regeren.

‘Ik ben Jezus’ beste vriend,’ zegt Johannes. ‘Dus ik ben het belangrijkste.’

‘Maar ik durf altijd alles,’ zegt Petrus. ‘Ik ben voor niemand bang. Ik was niet eens bang met die erge storm, toen de boot bijna ging zinken. Ik denk dat Jezus mij belangrijker vindt dan jou, Johannes.’

‘Pff,’ zegt Judas. ‘Maar ik ben nog veel belangrijker. Ik zorg ervoor dat we genoeg geld hebben om eten te kopen.’ ‘Maar ik ben de allerbelangrijkste,’ zegt Tomas. ‘Want ik denk altijd goed na.’ Jezus’ vrienden krijgen er bijna ruzie over. Wie is er nou het belangrijkste?

‘Hé, jongens,’ zegt Jezus, als ze thuis zijn. ‘Waar hadden jullie het nou over, zonet? Ik hoorde jullie zo druk praten met elkaar.’

Petrus en Johannes kijken elkaar aan. Maar ze zeggen niets. En Judas en Tomas zeggen ook niks. Ze voelen zich ineens een beetje dom dat ze er ruzie over gemaakt hebben.

‘Kom eens allemaal bij Me,’ zegt Jezus, en Hij gaat midden op de markt op een steen zitten. ‘Ik wil jullie wat vertellen. Iets wat je moet weten als je mijn leerling bent. Wil je de belangrijkste zijn?

Dan moet je beginnen met je zelf níet belangrijk vinden. Je moet andere mensen juist belangrijk vinden. Je moet andere mensen helpen. Iedereen.’

Het is druk op de markt. Er komt een moeder langs met een klein meisje. Een peutertje dat nog maar net kan lopen. Ze loopt recht op Jezus af, haar armpjes wijd. Ze valt bijna, maar ze grijpt zich nog nét op tijd vast aan Jezus’ been. Petrus zucht. O nee, denkt hij. Daar komt weer zo’n lastig kind. Hij wil het meisje al aan de kant duwen. Want kinderen zijn best wel lief, hoor. Maar ze zijn niet belangrijk. Ze tellen niet echt mee. Dat weet iedereen. Zo’n kind moet niet storen als Jezus net wat wil uitleggen.

Maar Jezus tilt het meisje op zijn knie en slaat een arm om haar heen. Het meisje kijkt naar Jezus’ baard, en ze trekt eraan. En Jezus lacht. ‘Als je bij Mij hoort,’ zegt Hij tegen zijn vrienden, ‘dan moet je aandacht hebben voor mensen die niet meetellen. Voor kinderen bijvoorbeeld.

Als je zo’n kleintje helpt, dan help je Mij.

Als je iets aardigs doet voor een kind, dan is het alsof je dat voor Mij doet.

Als je een zwerver te eten geeft, dan is het alsof je Míj te eten geeft.

En je doet het niet alleen voor Mij, maar je doet het ook voor God, mijn Vader.’

Het kleine meisje laat zich van Jezus’ knie afzakken en rent terug naar haar moeder, die op een afstandje staat. Petrus kijkt haar na. Dus kinderen zijn belangrijk, zegt Jezus. Kinderen tellen ook mee. En als je zo’n kindje helpt, help je eigenlijk Jezus zelf.

Dat is iets om over na te denken…

Kindernevendienst 2e advent jl. Het lied van Maria: God maakt gewone mensen belangrijk

Maria zingt!
Stap, stap, stap… Maria zit op de rug van een ezel. Ze is samen met Jozef onderweg naar Betlehem. Daar moeten ze naartoe van de keizer.
Maria en Jozef zijn een paar dagen geleden vertrokken, en ze zijn er nog lang niet. Maria denkt terug aan die dag, bijna negen maanden geleden, toen er iets heel bijzonders gebeurde. Iets wat ze nooit verwacht had.
Bijna negen maanden geleden stond er op een ochtend ineens zomaar iemand bij Maria in huis. Het was geen man of vrouw, het was geen kind – het was een engel. Een engel van God. Maria schrok vreselijk. Ze had nog nooit een engel gezien.
‘Niet bang zijn, Maria,’ zei de engel tegen haar. Zijn stem klonk vrolijk. ‘Ik heb goed nieuws voor je. Heel goed nieuws. God heeft jou uitgekozen voor iets moois. Je zult een kindje krijgen. Een jongetje. Je moet Hem Jezus noemen.’ Maria kneep haar ogen halfdicht. Wat gebeurde er allemaal?
‘En als je zoon groot is,’ ging de engel verder, ‘dan zal Hij een belangrijke man zijn. ‘Zoon van God,’ zullen de mensen Hem noemen. En dat klopt. God zal ervoor zorgen dat jouw zoon de koning van Israël wordt. Hij zal een goede koning zijn, net als koning David vroeger. En Hij zal altijd koning blijven.’
‘Maar wacht even,’ zei Maria. ‘Hoe kan dat nou? Ik heb nog helemaal geen man. Zonder man kan ik toch geen kindje krijgen?’
‘God zelf zal ervoor zorgen dat jij een kindje krijgt,’ zei de engel. ‘Het kind zal dus ook echt de Zoon van God zijn. En weet je wie er ook een kindje krijgt? Elisabet, jouw nicht!’
Maria was verbaasd. Elisabet? Kreeg Elisabet een kindje? Hoe kon dat nou? Elisabet was toch veel te oud om kinderen te krijgen? Ze was al zo oud als een oma.
‘Ja,’ zei de engel. ‘Het is echt waar. Iedereen dacht dat Elisabet geen kinderen kon krijgen. Maar over drie maanden wordt haar zoontje geboren. God kan alles.’ Maria begreep er helemaal niks van. Maar één ding wist ze wel. ‘Ik wil God dienen,’ zei ze. ‘Dus wat u zegt, laat dat maar gebeuren.’
En toen ging de engel weg. Maria’s leven was ineens helemaal veranderd. Wat moest ze doen? Met wie kon ze hierover praten? Wie zou er nou geloven dat er hier een engel van God in huis was geweest? Ineens kreeg Maria een idee.
Elisabet. Natuurlijk! Ze kon naar Elisabet gaan. Snel pakte Maria haar spulletjes in. Ze nam afscheid van haar vader en moeder. En ze ging op weg. Naar de bergen in Judea. Het was wel een week lopen. Eindelijk was ze bij het huis van Elisabet en haar man Zacharias. Ze duwde de deur open. ‘Elisabet!’ riep ze. ‘Elisabet, ben je daar?’
Daar kwam de oude vrouw al aanlopen. Ze had een dikke buik. Je zag meteen dat ze een kindje verwachtte. ‘Maria!’ zei ze blij, en ze sloeg haar armen om Maria heen. ‘Wat is God goed voor je! Jij bent de gelukkigste van alle vrouwen. En wat houdt God veel van het kindje dat je krijgt.
Wat een eer dat je bij mij op bezoek komt. Jij wordt de moeder van mijn Heer. Zelfs mijn zoontje is blij. Hij begon heel hard te schoppen in mijn buik toen je mij riep. Wat fijn dat je er bent, lieverd. Ik moet je zoveel vertellen. Heb je dorst? Honger? Hier, neem eerst een beker water.’
Maria dronk haar beker in één keer leeg.

En toen zong ze een lied. Een lied dat ze tijdens de lange reis naar Judea bedacht had.
‘Hoera voor God, mijn redder,
ik ben ontzettend blij.
Ik ben echt niet bijzonder,
maar toch koos God voor mij.
God maakte mij belangrijk,
al ben ik heel gewoon.
Een koning die veel macht heeft
die gooit Hij van de troon.
Wanneer je naar Hem luistert,
zorgt Hij goed voor jou,
God zorgt voor arme mensen.
Hij blijft ons altijd trouw.
God zorgt voor ons, zoals Hij
aan Abraham al zei.
God doet wat Hij beloofd heeft
zoveel macht heeft Hij.
God houdt zo van zijn mensen,
Hij maakt een nieuw begin.
Hij is ons niet vergeten,
Hij geeft ons leven zin.

‘Prachtig!’ zei Elisabet blij. ‘Wat een mooi lied. En het is helemaal waar wat je zegt. Wat is God goed.’
is alweer een hele poos geleden dat Maria bij Elisabet op bezoek was. De baby van Elisabet is al een half jaar oud. En het duurt niet lang meer, dan wordt Maria’s eigen kindje geboren. Maria zit op de ezel. Ze is samen met Jozef op weg naar Betlehem. Ze aait over haar dikke buik. Ze kan niet wachten tot haar kleine jongetje geboren wordt…