Wijk Noord:

Dominee A.H. van Veluw

Mijn naam is (ds.) Bert van Veluw. Mijn voorletters A.H. staan voor Albert Hendrikus: genoemd naar mijn beide opa’s. Ik ben geboren in 1956 en opgegroeid in Nijkerk. Ik ben getrouwd met Inge van den Brink en we hebben drie kinderen gekregen: Jerre, Joas en Susanne. Jerre woont in Utrecht. Joas is getrouwd met Daniëlle Eilering. Ze wonen in Monster en hebben twee kinderen: Luuk en Evi. Susanne woont in Boston (USA) en haar vriend Ewoud in New York.

Vroeger wilde ik graag gymleraar worden. Vanaf een jaar of 6 zat ik op de gym (turnen). Tot mijn grote vreugde werd ik toegelaten tot de Christelijke Academie voor Lichamelijke Opvoeding. In 1979 werd ik voor 16 uur leraar bewegingsonderwijs in Veenendaal. Na één jaar kon ik een volledige baan krijgen op de Christelijke Lagere Agrarische School in Nijkerk. Dat was erg fijn, omdat we daar woonden en Inge daar een baan had als ziekenverzorgende in het verpleeghuis.

Maar ja, je kunt niet tot je vijfenzestigste gymleraar blijven, dacht ik. Studeren was ik steeds leuker gaan vinden, dus eens kijken wat ik zou kunnen gaan doen. Willen weten wat er precies in de Bijbel staat, heeft mijn hart. Steeds meer groeide de behoefte om theologie te gaan studeren. Daarvoor moest je wel Latijn en Grieks hebben. Dus ben ik de vooropleiding gaan doen. In 1985 kon ik met de studie theologie beginnen en in 1991 deed ik doctoraal examen met een scriptie over de vraag naar het waarom van het kwaad en lijden in deze wereld.

Ik ben niet in de eerste plaats theologie gaan studeren om dominee te worden. Toch wilde ik ook graag de kerkelijke opleiding doen. Ik heb stage (leervicariaat) gelopen bij ds. A.F. Troost, die toen in Ermelo stond en hier in IJsselmuiden ook wel bekend is. Dat leervicariaat was een geweldige ervaring. Nu ontdekte ik pas hoe mooi het ambt van predikant eigenlijk is (dus als je nog niet weet welke studie je wilt volgen, kom eens praten…). In 1993 heb ik kerkelijk examen gedaan en 12 december 1993 ben ik voor het eerst als predikant bevestigd in de Hervormde gemeente van Pesse, Stuifzand en Fluitenberg (bij Hoogeveen). In de tijd dat ik daar stond, preekte ik nogal eens in Kampen.

Als je altijd naast je werk studeert, bouw je een sterke discipline op. Want het was soms hollen van het ene tentamen naar het volgende. Elke avond van 7 tot 11 uur studeren, zaterdags naar college. Arme Inge, denkt u natuurlijk. Of ze er onder geleden heeft, dat moet u haar zelf vragen, maar ik weet wel dat ik haar heel veel dank verschuldigd ben. Als zij er niet was geweest, had ik de studie niet kunnen doen. En nog steeds is zij mijn steun, toeverlaat en klankbord.

Toen wij een jaar in Pesse stonden, het predikantswerk mij zeer veel vreugde verschafte en alles goed liep, ben ik doorgegaan met studeren (in mijn vrije tijd) voor een promotieonderzoek. De promotiestudie in Groningen heeft mij veel energie gegeven. Juist voor het werk van predikant is het zo belangrijk te blijven studeren. Ik merkte dat ik zoveel ontving, wat ik goed kon gebruiken in het pastoraat, bij de voorbereidingen van preken en op de catechisaties, dat ik het niet had willen missen. Het heeft mij erg verrijkt. Studeren is dus mijn vrijetijdsbesteding en het komt nog ten goede aan het werk ook.

In 2002 ben in gepromoveerd op een studie over de verhouding ‘straf en verzoening’. Lange tijd was ik namelijk al geboeid door de moeilijke vraag waarom Christus zo zwaar moest lijden en sterven, en hoe dat onze zonden zou kunnen verzoenen. De titel van het proefschrift was dan ook: ‘De straf die ons de vrede aanbrengt’.

In 2010 verscheen mijn tweede boek: ‘Waar komt het kwaad vandaan?’ De presentatie daarvan was in De Hoeksteen. In oktober 2012 kwam een kleiner boekje uit: ‘De satan – een noodzakelijk kwaad?’ Mijn vierde boek ‘Aan tafel!’ Prikkelende geloofsvragen, opgediend in 12 driegangenmenu’s’ kwam uit in 2015. Aan dit boek hebt u ook meegewerkt! Hierin bespreek ik namelijk een twaalftal vragen die uit de gemeentepraktijk zijn opgekomen.

Ik werk met plezier in deze gemeente en ik ben dankbaar voor heel fijne collega’s. Ik hoop en bid, dat al het werk dat zowel door de professionele als de vrijwillige krachten gebeurt, gezegend mag worden door onze God en Vader. Samen willen we in Zijn koninkrijk werken tot opbouw van de gemeente. En we hopen dat er van onze gemeente zoveel mag uitstralen, dat anderen ook op zoek gaan naar wie God voor hen wil zijn.